Camus op Java


door Henk Schulte Nordholt

In 1954 verscheen de novelle Winarta van Basuki Gunawan (1929-2014) in vier delen in De Nieuwe Stem. In dit verhaal over de gedesillusioneerde strijder Winarta tijdens de Indonesische revolutie klonk een volstrekt nieuw geluid door. Geen tragische romantiek van de revolutionair die geliefden moet achterlaten om zich in de strijd tegen de koloniale overheersers te werpen en vervolgens op heroïsche wijze sneuvelt. Ook geen berustende toon van machteloze slachtoffers die het geweld als noodlot ondergaan wanner zij bekneld raken tussen revolutionaire republikeinen en Nederlandse militairen of tussen rivaliserende Indonesische strijdgroepen. In plaats daarvan een eenling die zijn bestaan als volstrekt zinloos ervaart, zich overgeeft aan geweldpleging en een diepe leegte voelt.
Bas Gunawan was afkomstig uit een Javaans middenklassenmilieu en volgde vóór de oorlog Nederlandstalig onderwijs. Tijdens de revolutie nam hij deel aan de strijd tegen de Nederlanders. Daarna kreeg hij een beurs om in Nederland te studeren (dat was kennelijk mogelijk) en verbleef hij wegens tbc een tijd in een sanatorium, waar hij zijn novelle in vier delen schreef. Gustaaf Peek wijst in zijn inleiding bij de fraaie uitgave van Alfabet Uitgevers op de verwantschap tussen Winarta en De vreemdeling van Albert Camus. Dat is te zwak uitgedrukt, want, zoals Lidewijde Paris terecht opmerkte, ligt Winarta qua stijl en structuur in het verlengde van De vreemdeling.[1] Op het persoonlijk gebied zijn er raakvlakken, want beide auteurs leden aan tbc, maar belangrijker is dat zowel Camus, als pied noir in Frankrijk, als Bas Gunawan, als Indonesische vrijheidsstrijder in naoorlogs Nederland, zich een vreemdeling voelde.
Camus schetste in De vreemdeling een man zonder emotionele betrokkenheid, die onverschillig tegenover het leven staat; hij verliest zijn moeder, pleegt zomaar een moord en toont geen berouw, en onderhoudt een afstandelijke relatie met een vrouw. Hij ervaart het leven als zinloos, maar neemt de volle verantwoordelijkheid voor hetgeen hij doet en heeft er vrede mee om zijn straf te ondergaan.
Bij Bas Gunawan ontvouwt zich een vergelijkbaar verhaal. De hoofpersoon ligt aan het begin van de revolutie in een sanatorium, wanneer hij verneemt dat zijn ouders zijn vermoord. Hij bezoekt de plek des onheils en ontdekt dat Nederlandse militairen een fatale vergismoord hebben gepleegd. Vanaf dat moment wordt hij bevangen door kille gevoelens van wraak, die zich vertalen in een reeks gewelddaden die de hoofpersoon zonder veel scrupules pleegt tijdens gevechten met Nederlanders en gedurende de burgeroorlog tussen republikeinse en communistische troepen. Ook Winarta houdt vrouwen met wie hij omgaat op afstand.
In tegenstelling tot Camus’ hoofdpersoon probeert Winarta nog wel zingeving te vinden in de revolutionaire strijd, maar gaandeweg raakt hij verslaafd aan het geweld en kan niet meer terug naar een normaal bestaan.
De Indonesische schrijver Y.B. Mangunwijaya beschreef een aangrijpend moment waarop de wanhoop die achter dit soort geweld schuilging tot uiting kwam. Tijdens de huldiging van revolutionaire strijders in 1950 in de Oost-Javaanse stad Malang nam hun leider, majoor Isman, het woord: ‘Prijs ons alsjeblieft niet als helden. Wij zijn geen helden, wij waren criminelen, wij hebben  [onze eigen] mensen vermoord, wij hebben hun huizen overvallen en in brand gestoken. Wij zijn nog jong, maar onze handen zijn besmeurd met bloed. Ja, wij handelden uit naam van de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië. Maar wij waren moordenaars. Help ons. Behandel ons niet als misdadigers, maar geef ons de kans om weer normale mensen te worden, gewone burgers in de samenleving om ons land op te bouwen.’[2]
Winarta is op zoek naar menselijkheid in een absurde wereld maar, anders dan majoor Isman, vindt hij zijn rust pas in het zicht van zijn naderende dood. De koele, observerende wijze waarop Bas Gunawan beschrijft hoe zijn hoofpersoon verstrikt raakt in een vicieuze cirkel van geweld tilt de novelle ver boven de specifieke context van de Indonesische revolutie uit. Het kan ook over de Vietnam-oorlog gaan of elk ander gevecht dat zich zinloos voortsleept. Dat maakt Winarta tot een universeel verhaal dat nog steeds een groot publiek verdient.

Basuki Gunawan, Winarta. Alfabet Uitgevers, 2022

Op de foto: Basuki Gunawan


 
 
[1] Boekbespreking in het radioprogramma Nieuwsweekend op zaterdag 12 februari 2022. Ik dank Lidewijde Paris voor haar verhelderende commentaar over de verhouding tussen De vreemdeling en Winarta in een emailuitwisseling.
[2] Darwis Khudori, ‘The altruism of Romo Mangun: the seed, the growth, the fruit.’ Indonesia and the Malay World 29 (2001): 198-214.
Share our website