Auteurs

Huib Akihary (1957) is architectuurhistoricus en gespecialiseerd in de geschiedenis van het Nederlandse koloniale bouwen in Indonesië. Hij heeft meerdere publicaties op zijn naam staan, waaronder Architectuur en stedebouw in Indonesië 1870-1970 (1988/herzien 1990). De laatste jaren geeft hij regelmatig gastcolleges en workshops in Indonesië. Sinds begin maart 2020 is hij ook conservator van het Moluks Historisch Museum in Den Haag.
 
Arnoud Arps (1990) is promovendus aan de Amsterdam School for Cultural Analysis en het departement Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam. Eerder doceerde hij Media en cultuur en Dutch Studies aan de UvA en de Universiteit Leiden. Momenteel doet hij onderzoek naar de productie, constructie en consumptie van herinneringen aan de Indonesische onaf-hankelijkheidsoorlog door middel van hedendaagse Indonesische populaire cultuur. Arps is sinds 2019 redacteur van Indische Letteren.


Alice Boots (1953) is kunsthistorica. Samen met Rob Woortman publiceerde zij in 2009 Anton de Kom. Biografie 1898-1945/1945-2008, bekroond met de E. du Perronprijs 2010. Hierna volgde De Cotton Club, over een spraakmakend Amsterdams café waar na de oorlog veel Surinamers kwamen. Momenteel leggen zij de laatste hand aan de biografie van Dirk van Os (1556-1615). Deze Antwerpse immigrant werd in Amsterdam lid van de VOC en nam het initiatief tot de drooglegging van de Beemster.

Anneke Brassinga (1948) is een gelauwerd dichteres, essayiste en vertaalster van het werk van o.m. Auden, Beckett,  Forster, Nabokov, Orwell en Wilde. Begin dit jaar verscheen haar dichtbundel Verborgen tuinen (De Bezige Bij).   

Thijs Brocades Zaalberg (1971) doceert contemporaine militaire geschiedenis aan het Instituut voor geschiedenis van de Universiteit Leiden en is als universitair hoofddocent verbonden aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie in Breda. Hij coördineert met Bart Luttikhuis het programma ‘Comparing the Wars of Decolonization. Counter-Insurgency and Extreme Violence, 1945–1962’, onderdeel van het onderzoek Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945–1950 van het KITLV, het NIMH en het NIOD.   


Claartje Bunnik (1954) studeerde Nieuwe Geschiedenis aan de UvA. Haar doctoraalscriptie ging over de deelstaat Oost-Indonesië en de federale politiek in de periode 1945-1949. Zij was werkzaam bij de gemeente Amsterdam en de rijksoverheid, had een eigen adviesbedrijf op het gebied van cultuur en erfgoed en publiceerde meermaals over de relatie tussen cultuur en overheid. In november 2020 verscheen van haar hand Een onmogelijke missie (Verloren). Momenteel werkt ze aan een biografie over de Borneo-reiziger Anton Nieuwenhuis.

Arthur Crucq (1970) is kunsthistoricus en als universitair docent verbonden aan de opleiding kunstgeschiedenis van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek heeft onder meer betrekking op hoe in verschillende tijden en culturen, ornamenten en decoratieve patronen op de kijker inwerken binnen de context van bijvoorbeeld architectuur en in relatie tot andere kunstvormen zoals de beeldhouwkunst. Hij publiceert ook over hedendaagse kunst en cultuur in relatie tot maatschappelijke thema’s. Zijn grootvader K.C. Crucq (1900-1944) werkte tussen 1928 en 1942 als adjunct oudheidkundige voor de Oudheidkundige Dienst te Batavia.

Dorrit van Dalen (1962) is antropologe en arabiste en werkzaam als vrijgevestigd onderzoeker en schrijver. Zij publiceerde o.a. de lovend ontvangen studie Arabische gom. De fascinerende biografie van een de meest exotische producten op aarde (2006) die dit najaar in een uitgebreide Engelse vertaling verschijnt bij Leiden University Press.   

Thomas von der Dunk (1961) is cultuurhistoricus en publicist. Hij is als gastonderzoeker verbonden aan de vakgroep Europese geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam, schrijft columns en artikelen voor o.a. de Volkskrant, De Kanttekening en Historisch Nieuwsblad en heeft een twintigtal boeken op zijn naam staan. In 2018 verscheen van zijn hand Zuid-Tirol is niet Italië! Een honderd jaar oud Europees grensgeval (Vantilt).

Maarten Fornerod (1963) is DNA-onderzoeker en als universitair hoofddocent ver-bonden aan het ErasmusMC, Rotterdam en de TUDelft. Ook is hij bestuurslid van de Indische Genealogische Vereniging (igv.nl).

Esther van Gelder (1979) is cultuurhistoricus, gespecialiseerd in de geschiedenis van de natuurlijke historie en wetenschappelijk erfgoed. Zij maakte tentoonstellingen voor Museum Boerhaave en Teylers Museum en is coördinator crowdsourcing bij het Huygens ING. Ze is medeoprichter en redacteur van het tijdschrift Wonderkamer en heeft verschillende boeken op haar naam staan, waarvan Dingen die ergens toe dienen (Verloren, 2018) het meest recente is.


Tom van der Geugten (1952) was docent geschiedenis in het voortgezet en hoger onderwijs, en methodedidacticus en eindredacteur van de schoolboekenserie Geschiedeniswerkplaats. Aan HOVO Amsterdam verzorgt hij de cursus ‘Indonesië en Nederland’. 

Petra Groen (1955) is militair historica. Zij was lange tijd verbonden aan het NIMH en is inmiddels emeritus hoogleraar Militaire geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Er staan meerdere boeken op haar naam, waarvan Krijgsgeweld en kolonie (onder haar redactie, Boom, 2021) het recentste is.

Carl Haarnack (1963) is oprichter van Buku Bibliotheca Surinamica, een collectie van zeldzame boeken en prenten over Suriname. Hij publiceert regelmatig op zijn website bukubooks/wordpress.com over de geschiedenis van Suriname, koloniaal erfgoed en oude boeken. Doublures in de collectie – vaak zeldzame uitgaven – worden verkocht via antiqbook. com. Haarnack is meermaals als gastconservator of adviseur betrokken bij tentoonstellingen over de geschiedenis van  Suriname.    

Rob Hartmans (1959) is een bijzonder productief historicus en journalist. Hij schrijft o.a voor Historisch Nieuwsblad, Filosofie Magazine en NRC Handelsblad. Zijn interesse gaat uit naar het snijvlak van cultuur en politiek, en rol die intellectuelen daarin spelen. Hij schreef twaalf boeken, waarvan het lovend ontvangen Geestdrift met verstand. De geschiedenis van De Groene Amsterdammer van 1877 tot nu (Spectrum, 2020) het recentste is.


Hedi Hinzler (1942) studeerde archeologie en oude geschiedenis van Zuidoost-Azië. Zij legde zich toe op Sanskriet, Oud-Javaans en Balinees, en manuscripten in die talen, en op de uitvoerende kunsten, waaronder wajang en gamelan. Zij verrichte lange tijd veldwerk, publiceerde talloze artikelen op dit terrein, organiseerde en/of adviseerde bij vele tentoonstellingen, festivals en conferenties, en richtte in de jaren ’90 drie gamelanorkesten op, die tot op heden actief zijn.

Jonathan Holslag (1981) is docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en staat aan het hoofd van het Brussels Institute of Contemporary China Studies. Hij bezet verschillende hoge adviesfuncties en publiceert in vooraanstaande media als The Guardian, de Financial Times, The Wall Street Journal en China Daily. Er staan meerdere boeken op zijn naam, waarvan De Nieuwe Zijderoute. China op het economische strijdpad (Horizon, 2020) het meest recente is.
 
Rick Honings (1984) is universitair docent aan het Leiden University Centre for the Arts in Society. Zijn onderzoek richt zich vooral op de literatuur van de negentiende eeuw. In 2019 publiceerde hij met Lotte Jensen Romantici en revolutionairen. Literatuur en schrijverschap in Nederland in de 18e en 19e eeuw (Prometheus). In datzelfde jaar ontving hij van NWO de Vidibeurs, bestemd voor het onderzoeksproject Voicing the Colony.


Sander van der Horst (1995) is research master student Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden. Na zich verdiept te hebben in de missionarissen van Steyl en de Indonesische dekolonisatie-oorlog tijdens een stage bij het KITLV, specialiseert hij zich nu in het antikoloniaal verzet in het interbellum van Nederland. Eerder schreef hij opiniestukken over het koloniale verleden van Nederland voor de Volkskrant, NRC Handelsblad en Het Parool.

Siegfried Huigen (1959) doceert Nederlandse en Zuid-Afrikaanse literatuur en cultuurgeschiedenis. Hij is verbonden aan de Universiteit van Wrocław in Polen en de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika. Hij publiceerde o.a. twee studies naar de koloniale geschiedenis van Zuid-Afrika — integraal te lezen bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl.org) — en werkt aan een boek over overdracht van vroegmoderne, wetenschappelijke kennis in Oud en Nieuw Oost Indiën van François Valentyn.   

Emma Keizer (1995) is historicus. In de afgelopen jaren werkte ze bij het NIOD, het KITLV en het NIMH. Daar deed ze onderzoek naar en schreef ze over de geschiedenis van Nederlands-Indië. Ze werkte onder andere mee aan het onderzoeksproject ‘Onafhankelijkheid, Dekolonisatie, Geweld en Oorlog in Indonesië 1945 – 1949’.

Michiel van Kempen (1957) is schrijver, dichter en bijzonder hoogleraar West-Indische letteren. Hij stelde verschillende bloemlezing van Caraïbische literatuur samen, schreef o.a. een standaardwerk over de Geschiedenis van de Surinaamse literatuur (handelseditie 2003) en de biografie van Albert Helman, Rusteloos en overal (In de Knipscheer, 2016). Van Kempen is voorzitter van de werkgroep Caraïbische letteren en redacteur van Caraïbisch uitzicht, te vinden op werkgroepcaraibischeletteren.nl .

Herman Keppy (1960) is vrijgevestigd schrijver en journalist, en altijd op zoek naar het onverwachte perspectief ter aanvulling en correctie van zwart-witbeelden die heersen met betrekking tot de koloniale geschiedenis. Hij publiceerde over Molukkers in dienst van de Koninklijke Marine, de eerste Molukse artsen, en komt in november 2019 met zijn spektakelstuk over het Indisch en Indonesisch verzet tegen de nazi’s in WO II, zie ook hermankeppy.com.

John Klein Nagelvoort (1971) is assistent-conservator van Museum Bronbeek in Arnhem. Hij schreef al vele artikelen over militaire historie en publiceerde begin 2019 Toean Stammeshaus. Leven en werken in koloniaal Atjeh (LM Publishers). Voor Bronbeek stelde hij over Stammeshaus een tentoonstelling samen die te zien is van 17 oktober 2019 t/m 27 juli 2020. Momenteel werkt hij aan een boek over de Nisero-kwestie.


Koen Kleijn (1963) is kunsthistoricus, hoofdredacteur van het maandblad Ons Amsterdam en vaste kunstcriticus van De Groene Amsterdammer.

Matthijs Kuipers (1986) is als docent verbonden aan de afdeling Politieke geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij is medecoördinator en -initiatiefnemer van de reeks seminars Spores of Empire.   

Veronika Kusumaryati (1980) is antropologe. Zij deed jarenlang onderzoek in West-Papoea en werkt momenteel aan Harvard University aan een boek over het gebied.   

Frans Leidelmeijer (1942) is gediplomeerd expert op het gebied van kunst en design tussen 1880 en 1980. Hij had lange tijd een eigen kunsthandel, werkte mee aan boekpublicaties en tentoonstellingen en nam als deskundige/taxateur deel aan het tv-programma Tussen kunst en kitsch. Leidelmeijer is vanwege zijn Indië-specialisme verbonden aan het Venduehuis Den Haag en heeft in Moesson een column over kunst uit Indië.


Mark Loderichs (1963) is historicus en freelance onderzoeker. Hij is specialist op het gebied van de koloniale geschiedenis en was/is onder meer werkzaam bij Museum Bronbeek, het Nationaal Archief en het NIMH. Hij publiceerde o.a. Medan, beeld van een stad (Asia Maior, 1997) en Rumphius’ wonderwereld (Walburg Pers, 2004); zijn huidige onderzoek richt zich op de Java-oorlog.

Bart Luttikhuis (1985) is onderzoeker aan de Universiteit Leiden en het KITLV, gespecialiseerd in de laat-koloniale geschiedenis en de dekolonisatie van Indonesië. Sinds 1 juni is hij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden in het project ‘Violence strikes root: why vigilantism became central to Indonesian politics, 1943–1955’. Hij coördineert met Thijs Brocades Zaalberg het programma ‘Comparing the Wars of Decolonization. Counter-Insurgency and Extreme Violence, 1945-1962’, onderdeel van het onderzoek Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945–1950 van het KITLV, het NIMH en het NIOD.   

Ad Maas (1970) is conservator van Rijksmuseum Boerhaave in Leiden. Tot zijn expertise behoren Nederlandse natuurkunde, wetenschap in de negentiende eeuw, geschiedenis van wetenschappelijke collecties en musea, en Albert Einstein. Hij is medeoprichter van het natuurwetenschappelijke tijdschrift Wonderkamer.

Henk Mak van Dijk (1955) is pianist en antropoloog. Hij verrichtte pionierend onderzoek naar de muziek van klassiek geschoolde Indische componisten en naar de geschiedenis van de jazz in Indië. Dat resulteerde in verschillende concerten, cd’s, tentoonstellingen en boeken, waaronder De oostenwind waait naar het westen (KITLV, 2007), Tropenjazz (uitgeverij West, 2019) en een reeks Engelstalige componistencahiers.

Ethan Mark (1965) is universitair hoofddocent aan het Instituut voor Regiostudies van de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in moderne Japanse geschiedenis, met het accent op het Japanse imperialisme en de sociaal-culturele geschiedenis van de jaren 1920-1940. In 2018 verscheen van zijn hand Japan’s Occupation of Java in the Second World War. A Transnational History (Bloomsbury).
 
Dik van der Meulen (1963) is neerlandicus, schrijver en biograaf. Hij beschreef tot op heden de levens van Edgar du Perron, Willem III (bekroond met de Libris Geschiedenisprijs) en Multatuli (bekroond met de AKO Literatuurprijs). Zijn meest recente publicatie is Dr. Hendrik Muller. Wereldreiziger voor het vaderland (1858-1941) (Querido, 2020). Momenteel werkt hij aan biografieën over prins Bernhard en Jac. P. Thijsse – over die laatste verscheen al een korte uitgave bij de KNNV.
 
Dodo Meijer (1992) studeerde af aan SciencesPo, Parijs, en is aldaar werkzaam als analist bij de Banque Publique d’Investissements. Zij eet al Indische gerechten sinds ze vast voedsel kreeg en groeide op in Den Haag, de ideale plek om haar smaak voor de Indische keuken te verfijnen – ze schroomt niet voor één maaltijd drie verschillende toko’s af te gaan, om per gerecht de beste variant te bemachtigen. In Parijs is ze vooral op haar eigen Indische kookkunst aangewezen, die zich in snel tempo ontwikkelt.


Frank Okker (1951) is neerlandicus en biograaf. Hij beschreef de levens van Willem Walraven (Dirksland tussen de doerians, Lubberhuizen, 2000), Madelon Székely-Lulofs (Tumult, Atlas, 2008) en G.P. Rouffaer (Rouffaer. De laatste Indische ontdekkingsreiziger, Boom, 2015).
 
Mar Oomen (1961) is antropoloog en journalist. Zij was hoofdredacteur van Genoeg, publiceerde in Vrij Nederland en Historisch Nieuwsblad en is auteur van onder meer Missievaders. Een familiegeschiedenis van katholieke wereldverbeteraars (Atlas/Contact, genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs 2020), Welkom in Holland. Indische Nederlanders in Kamp Westerbork (Van Gorcum, 2001), en, met Jos Palm, En de goden verhuisden mee (KIT/Novib, 1997). Op dit moment werkt ze aan een vervolg op Missievaders dat zich afspeelt in Tanzania.


Willem Otterspeer (1950) is emeritus hoogleraar Universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden en heeft een groot aantal artikelen, essays en boeken op zijn naam staan, waaronder de biografieën van de filosoof Bolland, de historicus Huizinga en de schrijver W.F. Hermans, en een reeks over de Leidse universiteit, 1575 – 1975. Ook koloniale literatuur heeft zijn belangstelling; hij schreef er hij meermaals over, o.a. voor literair tijdschrift De Gids.

Liesbeth Ouwehand (1975) is antropoloog en werkzaam als conservator fotografie in het Nationaal Museum van Wereldculturen. Ze is gespecialiseerd in (historische) fotografie van Zuidoost-Azië. In 2009 publiceerde ze het boek Herinneringen in beeld. Fotoalbums uit Nederlands-Indië (KITLV). Haar recentste publicatie ‘Chinese photographers and elite networks in the Dutch East Indies’ (in: Peter Lee Amek Gambar – Taking Pictures: Peranakans and Photographs. Asian Civilisations Museum, Singapore) verscheen in 2020.

Frans-Paul van der Putten (1970) is coördinator van het Clingendael China Centre en heeft meer dan twintig jaar ervaring met de bestudering van China. Van 2006 tot 2012 was hij hoofdredacteur van het tijdschrift Itinerario, over de geschiedenis van Europese koloniale expansie. Onlangs verscheen van zijn hand De wederopstanding van China. Van prooi tot wereldmacht (Prometheus, 2020).

David Van Reybrouck (1971) is een gelauwerd cultuurhistoricus, archeoloog, schrijver, dichter en journalist. Hij verwierf grote bekendheid met Congo. Een geschiedenis (De Bezige Bij, 2010), maar schreef meer interessant werk, waaronder de monoloog Missie (2007) en het politieke pamflet Tegen verkiezingen (2013/2016), waarmee hij een belangrijk inspirator werd van de beweging tot vernieuwing van de democratie. In november 2020 verschijnt van zijn hand Revolusi, een monumentaal werk over de geschiedenis van Indonesië.
 
Pauline K.M. van Roosmalen is kunst- en architectuurhistoricus. Ze onderzoekt koloniale en postkoloniale architectuur en stedenbouw in Nederlands-Indië/Indonesië en adviseert en spreekt geregeld over uiteenlopende aspecten van dit erfgoed. Ze treedt regelmatig op als gastdocent aan de Technische Universiteit Delft en initieerde en coördineerde aan diezelfde universiteit een online repository voor gedrukte bronnen over koloniale architectuur. In opdracht van het KITLV in Leiden onderzoekt ze op dit moment het gebouwde koloniale verleden van Rotterdam.

Liesbeth Rosen Jacobson (1986) is historica en werkzaam aan de Universiteit Utrecht als universitair docent economische en sociale geschiedenis. Zij promoveerde op The Eurasian Question. The colonial position and postcolonial options of colonial mixed ancestry groups from British India, Dutch East Indies and French Indochina compared (Verloren, 2018).


Esther Schreuder (1960) is als kunsthistoricus gespecialiseerd in de verbeelding van zwarte mensen in de Europese kunst. Zij is werkzaam als onafhankelijk onderzoeker, schrijver, curator en adviseur. Zij publiceerde onder andere de boeken Black is beautiful. Rubens tot Dumas (Waanders, 2008, bij de gelijknamige tentoonstelling) en Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje (Balans, 2017), en droeg bij aan de monografie Nola Hatterman. Geen kunst zonder kunnen (Waanders, 2021).
 

Alicia Schrikker (1976) is hoofddocent koloniale en wereldgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Ze houdt zich bezig met de geschiedenis van koloniale samenlevingen in Azië – Sri Lanka en Indonesië in het bijzonder. Zij leidt verschillende onderzoeksprojecten, waaronder ‘Colonialism Inside Out’, dat draait om alledaags kolonialisme in Sri Lanka en wordt uitgevoerd in samenwerking met de Radboud Universiteit en de Sri Lanka National Archives. Onlangs verscheen haar boek De Vlinders van Boven-Digoel. Verborgen verhalen over kolonialisme (Prometheus). 

Henk Schulte Nordholt (1953) is historicus en houdt zich vooral met Indonesië bezig. Tot 2019 was hij hoofd Onderzoek van het KITLV en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Momenteel schrijft hij samen met Harry Poeze een overzicht van de Indonesische revolutie, waarin vooral de ontwikkeling van de Republiek centraal staat; het boek zal in februari 2022 verschijnen.

Steven van Schuppen (1955)  is vrijgevestigd onderzoeker en publicist op het gebied van landschap, geschiedenis, mentaliteit en ruimtelijke ordening. Hij heeft meerdere boeken op zijn naam staan en heeft zijn eigen webmagazines dubbelkrimp.nl en stevenvanschuppen.nl.   

Harm Stevens (1969) is historicus; zijn specialisme is de koloniale geschiedenis. Hij werkte bij Museum Bronbeek en het Legermuseum, en is sinds 2009 conservator 20e eeuw in het Rijksmuseum. Hij publiceerde meerdere boeken over koloniale geschiedenis, waarvan Gepeperd verleden. Indonesië en Nederland sinds 1600 (Vantilt 2015, verschenen in het Nederlands, Engels en Indonesisch), geschreven naar aanleiding van een aantal objecten uit de museumcollectie, het meest recente is.

Anton Stolwijk (1979) maakt muziek en schrijft/schreef voor onder andere Hard gras en De Groene Amsterdammer. In 2016 debuteerde hij met het veelgeprezen Atjeh. Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis, in 2018 verscheen zijn tweede boek, Ons soort Amerika. Zie ook antonstolwijk.net 

Fenneke Sysling is universitair docent aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Ze is gespecialiseerd in koloniale geschiedenis en wetenschapsgeschiedenis, en is in het bijzonder geïnteresseerd in het menselijk lichaam, rassendenken en museumobjecten.

Gerard Termorshuizen (1935) studeerde Nederlands en Geschiedenis en promoveerde op de biografie van P.A. Daum. Hij beschreef eigenhandig en zeer spannend de complete persgeschiedenis van Indië, en de levens van Herman Salomonson/Melis Stoke: Een humaan koloniaal (Nijgh & Van Ditmar, 2015) en persmagnaat Dominique Berretty: Een groots en meeslepend leven (Walburg Pers, 2018).


Henry Timisela (1978) werkte als journalist voor diverse landelijke omroepen. Na een loopbaan in de media en het onderwijs, startte hij met zijn broer Joshua een productiebureau voor theater- en filmproducties met een Molukse signatuur – het duo trad ook zelf op met zeer populaire cabaretvoorstellingen. In 2020 werd Timisela directeur van het Moluks Historisch Museum.
 
Nick Tomberge (1991) studeerde Nederlands in Leiden. Hij is als promovendus verbonden aan het Vidi-project Voicing the Colony. Travelers in the Dutch East Indies 1800-1945, dat geleid wordt door Rick Honings. Zijn promotieonderzoek concentreert zich op toeristische teksten van Nederlandse reizigers in Indië tussen 1870 en 1945. 
 

Chris Vellinga (1959) is adjunct-directeur, hoofd van de afdeling schilderijen, expert Indonesische kunst en veilingmeester van het Venduehuis der Notarissen te Den Haag. Hij beschreef de eerste tweehonderd jaar van dat instituut in het boek Eenmaal... andermaal! (met John Sillevis, Venduehuis, 2012), en schreef met Frans Leidelmeijer de monografie Basoeki Abdullah in Den Haag (Cyperus, 2019)

Frans Verhagen (1954) is journalist, gespecialiseerd in de Verenigde Staten. In 2017 verscheen zijn Geschiedenis van de Verenigde Staten (Boom), dit najaar verschijnt De Roosevelts. Vormgevers van de American Century (Omniboek). Verhagen is hoofdredacteur van meiguo.nl, een webmagazine over de VS.   

Jonathan Verwey (1987), historicus en hoofd Kenniscentrum van Museum Bronbeek, is bezig met een promotieonderzoek getiteld De 'ander' bezien door Nederlandse soldatenogen. Ras, seksualiteit, extreem geweld en Nederlandse militairen, 19451950. Eerder was hij betrokken bij de samenstelling van Soldaat in  Indonesië. Ooggetuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis (Prometheus 2015).   

Mei Li Vos (1970) is politica. Zij is fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer en maakte indruk met haar scherpe bijdrage aan de theaterreeks De Indië Monologen (2018/2019).   


Ellen de Vries (1958) is onderzoeker op het snijvlak van (post)koloniale geschiedenis en beeldvorming. Ze studeerde Sociaal-culturele wetenschappen aan de UvA en promoveerde aldaar op onderzoek naar de berichtgeving over Suriname in de roerige jaren ’80. Zij is samensteller van Nola Hatterman. Geen kunst zonder kunnen (2021), initiator van het project De nalatenschap van Nola Hatterman en als co-curator betrokken bij de expositie Surinaamse School. Schilderkunst van Paramaribo tot Amsterdam in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Margriet van der Waal (1976) is bijzonder hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde, cultuur en geschiedenis aan de UvA en hoofddocent Euroculture aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Boudewijn Walraven (1947) is emeritus hoogleraar Koreastudies van de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onlangs Liefde, lust en verlangen in de Koreaanse shijo (uitgeverij West, 2018), een poëziebundel waarvan hij de keuze, de bezorging en de vertaling op zich nam.

Darja de Wever (1959) werkt bij School der Poëzie, waar ze workshops geeft aan jongeren en projecten ontwikkelt op het gebied van cultuureducatie. Ook schrijft ze voor kinderen over allerhande onderwerpen. Ze is historisch-letterkundige en publiceerde onder meer Javaense ReyseDe bezoeken van een VOC-gezant aan het hof van Mataram (1648-1654) van Rijklof van Goens (1995), de bloemlezing Het is geen kolonie, het is een wereld – Vrouwen bereizen en beschrijven Indië 1852-1912 (2003) en artikelen over (post)koloniale literatuur en cultuur.

Esther Wils (1964) deed vanaf haar schooljaren ervaring op met het maken van tijdschriften; zij begon bij de Pasarkrant van Stichting Tong Tong, werkte en werkt als criticus voor verschillende media (zie bijvoorbeeld athenaeum.nl), was redactiesecretaris en redacteur bij De Gids en medeoprichter en redacteur van De Nederlandse Boekengids. Met Siem Boon zette zij Indisch Anders op, de (web)krant van Stichting Tong Tong die ook regelmatig op papier is verschenen en het Indische boekenaanbod volgt, voor Bronbeek stelde zij inmiddels drie museumkranten samen als aanvulling op de tentoonstellingen. 

Patrick van IJzendoorn (1971) is sinds 2003 extreem productief en zeer veelzijdig werkzaam als correspondent voor de Volkskrant in het Verenigd Koninkrijk. Hij schrijft ook voor De Groene Amsterdammer en Historisch Nieuwsblad, en publiceerde in 2018 Koel Brittannië. De behoudende ziel van de Britten (Prometheus).
Share our website